In veel gezinnen leiden de volwassenen het gezinsoverleg, omdat ze gewend zijn vergaderingen en gesprekken te sturen. Toch is het de moeite waard om de leiding af en toe aan een kind te geven. Een kind dat voorzitter is, voelt zich serieus genomen en gaat anders luisteren dan een kind dat alleen maar meepraat. Bovendien leren de volwassenen zelf iets van de rust die kinderen soms in zo'n gesprek brengen.
De rol van voorzitter
De voorzitter heeft een paar eenvoudige taken. Hij opent het overleg, leest de punten van de lijst voor, geeft iedereen om de beurt het woord en sluit het gesprek af. Om het spannend te maken kan er een bijzonder voorwerp zijn, bijvoorbeeld een houten lepel of een belletje, dat de voorzitter in de hand houdt. Wie spreekt, mag de lepel even vasthouden, en de anderen luisteren tot hij is uitgesproken.
Kinderen hebben vooraf wat steun nodig. Een volwassene kan de eerste keer naast hen zitten en fluisteren wat het volgende punt is. Een blaadje met de vaste volgorde, met eenvoudige zinnen als: wat ging er goed, wat kan er beter, wie doet wat volgende week, helpt de voorzitter houvast te vinden. Na een paar keer lukt het meestal zonder hulp, en de voorzitter groeit zichtbaar in zijn rol.
Het is belangrijk dat de volwassenen zich terughoudend opstellen. Ze onderbreken niet, verbeteren niet en nemen het gesprek niet over als het een keer stroef loopt. Een stilte is niet erg. Vaak zoekt de voorzitter zelf een oplossing, of een ander gezinslid springt bij. Wie het kind de ruimte geeft, laat zien dat het overleg echt van iedereen is en niet van de ouders alleen.
Na afloop kan de voorzitter samenvatten wat er is afgesproken en die afspraken op de lijst zetten. Een kort woord van dank sluit het overleg af. De volgende keer is een ander kind aan de beurt, zodat iedereen de rol een keer krijgt. Zo groeit het gezinsoverleg uit tot iets van het hele gezin, waar iedereen zijn eigen stem leert gebruiken en waar de leiding niet altijd hetzelfde gezicht heeft.